Zondag, 7 maart 2010
Het is zondag ochtend en ik heb zin om er even uit te gaan. Google vertelt me dat er een flinke vlooienmarkt in Amsterdam is. Daar ga ik naar toe! Dochterlief wil niet mee en andere dochter is uit logeren. Dus vertrek ik in mijn uppie.
Het is prachtig weer maar wel erg koud. In het zonnetje is het echter prima te doen. Ik geniet van de omgeving, een prachtige locatie om te fotograferen (je kijkt als scrapper toch anders om je heen!). Aan de stroom mensen is duidelijk te zien waar ik moet zijn. Go with the flow dus . De kraampjes beginnen buiten al. Bij de eerste scoor ik meteen al iets. Langzaam schuifel ik verder tussen de menigte, mijn ogen speurend over de kramen. Hier wat oppakken, daar iets voelen. Ik geniet.
Binnen blijkt het, verrassend, kouder dan buiten. Het deert me niet. Ook dit blijkt weer een geweldige locatie voor foto's, maar ik heb geen camera bij me en concentreer me dan ook maar op de kraampjes. Een vlooienmarkt is altijd zo onvoorspelbaar. Het kan een grote opeenstapeling van zooi zijn, maar ook een ware ontdekkingsplaats voor mooie en onverwachte schatten. De aangeboden waren variëren enorm. Van afgetrapte gympies, koffiezetapparaten waar de prut nog aan zit (of is het schimmel?), tot mooie oude speelkaarten (te duur!) en een ballenmachine. Hier gaat mijn hart sneller van kloppen. Zo'n apparaat waar je een kwartje in moest gooien en waar dan een verrassingballetje na wat gedraai uit kwam. Ik vraag maar niet eens wat hij kost, want ik betwijfel of ze thuis deze aankoop zouden begrijpen. Maar leuk is ie wel! Verderop zie ik iets dat interessant lijkt. Net voor ik er ben, pakt iemand anders het op. Leg neer, leg neer! Gaat het in mijn hoofd. En uiteindelijk doet ze dat ook wel. Opgelaten pak ik het ook, maar het blijkt toch niet zo leuk als het leek. Dit maakt een vlooienmarkt zo leuk!
Na een poosje schuifelen en mijn tas wisselend in mijn linker- dan wel rechterhand houden zodat mijn andere hand even kan opwarmen in mijn zak, sta ik weer buiten. Ik laat het zonnetje mijn ijskoude lichaam weer wat opwarmen. De portie dampende verse poffertjes helpt daar ook bij. Uiteindelijk verlaat ik met slechts 1 aankoop de markt. Maar daar ging het niet om. Het waren even een paar heerlijke uurtjes voor en met mezelf. Los van alles en iedereen. Nergens aan denken, alleen genieten van alle indrukken om je heen. Een paar uurtjes me time, dat zou ik vaker moeten doen!
Dinsdag, 2 maart 2010
Het is een belangrijke dag voor haar: ze krijgt de uitslag van de cito toets. Mij maakt het niets uit. Het schooladvies is er al en de inschrijving voor de gekozen nieuwe school is al de deur uit. Deze cito is slechts een moment opname. Maar goed, zij vindt het belangrijk.
Dus ga ik een uur eerder weg van mijn werk. Ik vind dat ik vandaag thuis moet zijn als zij thuis komt. Met thee. En taart. Om het te vieren, wat de uitslag ook is. En vooral een luisterend oor voor het ei dat ze ongetwijfeld kwijt moet.
Britt is als eerste thuis, met twee vriendinnen. He, is dat taart? Ja, afblijven! Pas als Am thuis komt! Maar Am komt niet. Rond 4 uur belt ze; ze zit bij een vriendin...
Ik zit hier met taart en thee op je te wachten! Oh. Mag is straks dan nog taart? Nee ! Ik heb de uitslag gekregen, zegt ze. Nee echt! Waarvoor dacht je dat ik al thuis was? En? Ik weet het niet, hij zit in een envelop. Dan maak je hem toch open! Mag dat dan? Het is jouw uitslag meisje! ... ... YES!
Dat was dus een vreugdekreet, de uitslag bevalt haar. En mij ook :-), ook al hecht ik er niet veel waarde aan.
Een uurtje later komt ze met vriendin thuis. En met al die meiden in huis is het dus nog wel goed gekomen met die taart!
Zondag, 21 februari 2010
Ik heb dol op boekenwinkels. Heerlijk snuffelen tussen al dat moois. Maar ik ben ook dol op oude boeken. Dat betekent nog meer snuffelen want je ziet aan een oude kaft niet altijd precies wat er in het boek staat. Hoe oud is het? Staan er plaatjes in? In welke staat is het? Kan ik er iets mee? Want dat is met oude boeken natuurlijk de hamvraag. Ik gebruik ze voor creatieve doeleinden. En dan kijk je toch heel anders naar boeken.
Gisteren was ik even in een plaatsje dichtbij. Daar zit een antiquair maar die is meestal dicht als ik daar ben. Nu was hij open, dus greep ik mijn kans en liep naar binnen. Ze hebben er de mooiste dingen, maar de meeste zijn niet betaalbaar (voor wat ik ermee wil doen). Dus zet ik met pijn in het hart oude kinderboeken terug, prachtige atlassen en oude leerboeken.
Dan valt mijn oog op een klein boekje dat met een dik elastiek bij elkaar wordt gehouden. Het is een klein oud wetboekje uit 1844, maar de complete rug is weg en enkele blaadjes zitten los. Mijn hart gaat sneller kloppen! De staat van het boek, betekent waarschijnlijk een betaalbare prijs! Ik loop ermee naar de verkoper en vraag wat het kost. Hij bekijkt het boekje zorgvuldig. Tja, het is wel een hele slechte staat. Het moet gerestaureerd worden en dat is heel erg arbeidsintensief. Deze staat vind u acceptabel? Ja! Krijg is er nog net uit, proberend niet al te enthousiast te zijn. Wat een leuke interesse, bent u misschien juriste? Vraagt de man vriendelijk? Uhhh... nee. Maar ik durf niet te zeggen wat mijn interesse dan wel is... Ik ben bang dat als ik zeg dat ik het boekje (uit 1844!) uit elkaar ga trekken, ik het niet mee krijg...
Gelukkig neemt de man genoegen met mijn schamele nee en noemt een acceptabele prijs. Omdat het restaureren me toch nog een boel geld zal gaan kosten... En zo vertrek ik dolbij met mijn kleine schat in mijn tas.
Dus mocht je nog een wet moeten nazoeken uit 1844. Je weet waar je moet zijn !
Zaterdag, 20 februari 2010
Vanmiddag stond ik al klappertandend naar Britt haar paardrijles te kijken. Eindelijk, na een paar gipsweken en 2 voorzichtig-aan weken, mocht ze weer.
Geprobeerd wat foto's te maken, wat toch lastig is met het slechte licht in de bak en niet willen flitsen om de paarden niet te laten schrikken. Maar, dacht ik, na de les maak ik van dichtbij wel een paar foto's in de stal. En dus stond ik haar op te wachten bij de uitgang van de bak. Met mijn camera om mijn nek.
Daar kwam ze aan lopen, met de teugels van het paard in haar hand. Maar dat veranderde snel in: daar kwam het paard met haar aanlopen... Ze probeerde nog haar hakken in het zand te zetten maar dat hielp niet. Het paard rukte zich los (rook zijn stal?): hoewel Britt zei dat ze hem los liet omdat ze anders werd geplet tussen paard en muur, en kwam op mij af. Op mij, absoluut geen paardenvrouw en iemand die ze, doordat ze zo groot zijn, ook best een beetje eng vindt.
Pak hem mam! Riep ze nog. En daar sta je dan, met je camera om je nek (gelukkig om mijn nek en niet los in mijn hand!). Wat doe je? Grijp je hem wel of niet, en zo ja waar dan? En heeft dat zin of gaat het paard er dan met mij vandoor? En mijn camera dan, gaat dat goed? Maar als ik niets doe, waar gaat dat beest dan heen? En dat allemaal in een split second...
Maar ik greep hem, bij de teugel. Riep ook nog ho... Paard stond ineens stil, dus vloog ik er door zijn kracht tegen aan, met de camera tussen ons in.
Dank je mam, zei ze nog. Een ervaren moeder nam hem over en weg was mijn dochter. En daar sta je dan. Nog bijkomen van de schrik. Ik heb een paard tegen gehouden! Ik ben maar in de auto gestapt en naar huis gereden (hoewel, gereden, het was meer gekropen. Ik kwam in een lokale protest file terecht. Als ze proberen op deze manier de sympathie van mededorpsbewoners te krijgen... dat is niet gelukt....).
Toen Britt thuis kwam, vroeg ze wel direct of het wel ging. Was mijn "heldendaad" toch niet ongemerkt gebleven .
Maandag, 11 januari 2010
Er zijn van die combinaties van woorden in 1 zin, die je liever niet hoort. Bijvoorbeeld: dochter gevallen pijn en ziekenhuis... Hoewel ik van nature erg nuchter en rustig ben, is daar heel even paniek. Ik hang de moeder die met mijn dochter naar de huisarts is geweest en nu richting ziekenhuis gaat op. De tranen staan in mijn ogen.
Ik moet heel even diep adem halen, alles op een rijtje zetten. Een collega helpt daarbij: ze is niet met de ambulance gehaald, dus het zal wel meevallen. En natuurlijk denk ik ook niet meteen het ergste, maar het is gewoon even schrikken en het niet weten wat er aan de hand is. Maar vooral, het niet bij haar zijn, nu, nu ze het zo hard nodig heeft.
Na een slok water en een telefoontje richting Rene vertrek ik ook naar het ziekenhuis. Ik ben er net iets eerder en neem Britt over van de behulpzame moeder. Eenmaal binnen hoeven we niet veel te zeggen. Gevallen met schaatsen? Ja. Blijkbaar is een pijnlijke pols de nummer 1 op dit moment op de eerste hulp. Klopt. Gisteren hadden we er 30 in 2 uur, zegt de arts. Ben ik blij dat we hier niet gisteren waren!
Britt is nog steeds in tranen van de pijn. Het doet vreselijk zeer. Ik voel dat we hier niet met een kneuzing gaan wegkomen. Er worden foto's genomen waarbij ze haar arm in erg pijnlijke houdingen moet leggen. En daarna volgt er nog een foto, voor de zekerheid en om te vergelijken. Dan begint het grote wachten.
Eindelijk komt er een arts vertellen dat er iets niet helemaal zit zoals het hoort maar ze dat eerst wil overleggen. Dus moeten we wachten op de overdracht etc. Intussen heeft Britt een paracetamol gekregen en die begint langzaam te werken. Ik probeer haar op te vrolijken met domme grapjes en dat lukt aardig. En nee, ik mag geen foto van haar maken...
Uiteindelijk is daar dan toch een diagnose. Haar pols is niet echt gebroken, maar er is iets van zijn plaats en dus moet er gips om. Dat is gelukkig zo gebeurd. Na een dikke 3 uur kunnen we eindelijk met rood gips en een mitella naar huis.
Wat eten we? Hutspot. Maar ik ben nu hartstikke zielig dus kunnen we geen frietjes eten? Oke, ik ga nu toch niet meer koken, goed plan! Kan je even mijn sokken uittrekken? Wil je even mijn beker aangeven? Hoe moet ik me nu uitkleden en ga jij echt mijn tanden niet poetsen? Dit gaan een paar zware weken worden en niet alleen voor Britt!
Maandag, 4 januari 2010
Al shoppend door Ikea kijk ik op mijn klokje. Als we nu naar huis gaan, ben ik misschien nog net op tijd om de koffie te oogsten... En kan ik mijn aardbeien nog van het land halen, antwoordt dochter lief verheugd! Dus haasten we ons naar de kassa.
We zijn nog niet binnen of alle pc's gaan. Ik pak zo drinken, eerst kijken of mijn koffie er nog staat! Geeft niets, dochters checken namelijk eerst hun gewassen en dieren. Ik weet het, je bent redelijk verslaafd als je bij Ikea aan je oogst denkt, maar het is zo leuk! Farmville!
Het begon allemaal met een uitnodiging en een appel als cadeautje via Facebook. Wat moet ik daar nu mee? Voorlopig even niets dus. Toch veel te druk om een spelletje te spelen. Maar toen hoorde ik er over in het nieuws, dat het zo'n populair spel was. Plotseling waren daar 2 weken vrij en had ik ineens wel tijd en ging eens kijken. Ik startte een eigen boerderijtje die langzaam maar zeker groeide. De eerste dieren vonden een plekje. Na me wat meer in het spel verdiept te hebben, bleek dat je met buren (lees vrienden van Facebook die het spel ook spelen) verder kwam. Maar met mijn beperkte groepje Farmville spelende vrienden, bleef het uitbreiden van mijn boerderij uit. Daar heb je namelijk meer buren voor nodig. Via een Farmville forum ontdekte ik een een lijst met mensen die ook buren zochten. Zeg maar "boer zoekt buur" . En hoewel ik normaal niet zomaar met "vreemde" mensen bevriendt, deed ik het nu wel. Mijn boerderij moest immers groter! En het waren geen vreemden, het waren Farmvillers!
De pakjes, groene kalfjes en verloren schapen stroomden binnen en mijn boerderijtje groeide. Dochter 1 vroeg zich af wat ik toch steeds achter de pc deed en wilde na enige uitleg ook een boerderij. Dochter 2 zag het allemaal met lede ogen aan. Haar gezicht sprak boekdelen. Tot we een dag of vier verder waren en ze regelmatig naast zus op de laptop had gezeten. Zij wilde ook .
En dus hadden we 3 boeren in huis. We bemesten elkaars grond, sturen cadeautjes en houden elkaar op de hoogte als er een gouden ei te halen valt. En ja, ik oogst ook 's avonds om 10 uur de aardbeien van de meiden omdat ze hun oogst niet zo goed gepland hebben.
Alleen... de boerderij van de meiden groeit niet zo snel. Zij mogen namelijk niet van mij met allemaal vreemde boeren bevrienden. Elke aanvraag wordt nauwkeurig door mij gescreend (en ik krijg ook alle mail dus hou ze nauwlettend in de gaten!). Dus gaat er een gejuich door de kamer als er een vriendin van een collega buurvrouw wil worden. En haar zus. En haar zoon. Dat zijn er weer 3. We hebben zelfs Rene zo gek gekregen dat hij zich heeft aangemeld zodat ze er nog een buurtje bij hadden. Was wel net die ene die ervoor zorgde dat de eerste boerderijvergroting kan plaatsvinden voor ze!
Dus, zoek je nog een leuk tijdverdrijf? Farmville op Facebook! En zoek je nog buren? Ik ken er wel drie !
Donderdag, 24 december 2009
Na een dag vol kerstgeweld in de supermarkt; thuiskomen en je realiseren dat je het belangrijkste voor de erwtensoep bent vergeten: de erwten...; je dus weer terug kan, geen parkeerplek meer kan vinden en als er dan eentje vrij komt die meteen voor je neus wordt ingepikt (u ook een fijne kerst!); je in de rij bij de kassa kan gaan staan met je twee pakkken erwtjes, degene voor je je ziet staan met enkel je 2 pakjes, en je ook zo laat staan met je twee pakjes (en u ook een fijne kerst!); kan ik jullie alleen nog maar een hele fijne kerst toe wensen!
Geniet ervan en heb veel plezier. Klik op de foto voor een opwarmertje!
Donderdag, 1 oktober 2009
Het is donker. Veel donkerder dan ik had verwacht. Voorzichtig schuifelend zoek ik een schuilplaats. Daar, dat is een goed dicht beschut bosje, daar zit ik goed. Ik kruip nog wat meer in elkaar en dieper het bosje in. Dit moet lukken. Hier zien ze me niet.
Nog maar net als ik zit, verschijnen daar de eerste zoekende zaklantaarns gevolgd door zacht gefluister. En daar, van de andere kant, ook zaklantaarns. Wat moet ik doen? Je eerste gevoel is toch je stil houden, maar dat doe ik niet: knor, knor, knor, gooi ik eruit. De zaklantaarns houden even stil; het gefluister houdt op. Ze horen wat, maar wat en waar vandaan? Voorzichtig lopen ze verder. Tot dat ze op nog geen anderhalve meter van mij af staan. Ze hebben het alleen niet in de gaten. Diep vanuit mijn keel, laat ik een echte knor komen. Een van de jongens schiet een meter de lucht in van schrik , de anderen moeten lachen en zijn trots dat ze de eerste gevonden hebben. Ik teken de briefjes af en wens ze succes: laat je niet pakken door Tarzan!
Niet veel later komt een groepje (gillende) meiden mijn kant op. Knor, knor, knor, gooi ik er nog maar eens uit. Het is je moeder, ik hoor het, roept er eentje. Een zucht van verlichting komt uit het groepje, maar ze hebben me nog niet gevonden. Knor nog eens, vragen ze. En met wat meer knorren, komen de meiden dat toch bij mijn schuilplaats. Er vallen verschillende meiden me om mijn nek, niet alleen die ene van mezelf . Oohhh, het is zo eng! Roepen ze uit. En dat kan ik me voorstellen. Allemaal rond de 12 en dan in een donker bos lopen met een zaklantaarn en met de wetenschap dat als Tarzan je pakt, je je lamp kwijt bent (en je briefje ook en je dus weer overnieuw kan beginnen). Ook deze briefjes teken ik af en ook dit groepje wens ik succes. Deze meiden hebben echter meer aansporing nodig om weer verder te gaan (want het is zo eeeeeeng!), maar na een "jullie zijn toch geen watjes!" vertrekken ze toch weer.
En zo gaat het nog een uurtje door. Sommige kinderen komen wel vier keer bij me langs, omdat hun briefje steeds door Tarzan wordt gepakt. Precies om 9 uur gaat de fluit en komt iedereen weer het bos uit. Am vliegt me weer om mijn nek. Wat was het eng mam! Maar wel gaaf!
Het dierengeluidenspel tijdens het kamp van groep 8. Wat een belevenis! En niet alleen voor de kinderen!
|
 |
 |
 |
|
Laatste reacties